Zoeken
  • martinv

ikwilwel

16 november 2020

Ikwilwel

Vanmorgen half 8 stond ze in mijn kamer. Ik had ook wel gezegd: “Kom maar eens, als je zin hebt”. Niet meer aan gedacht, niet meer op gerekend. Met een brede glimlach stond ze voor me. Trots dat ze het gedurfd had. Ze was al een paar keer aan de deur geweest, zei ze. Eén keer wist ik, had ik gezien, en dat ze het uiteindelijk toch niet gedurfd had. Maar nu was ze er. Opeens switchte ze van image, de moed zakte in haar schoenen, en bedelde ze met een huilbui, heel even, een buitje, of ze mocht blijven, thuis was ze zo bang. Op mijn natuurlijke vraag waarom gaf zij het te verwachten antwoord: omdat ze zo eenzaam was. Toen heeft ze hier de hele dag gezeten, buiten gerookt en binnen gegeten, en ’s middags kou geleden, met mijn dikke trui én plaid aan en op op de bank gelegen. Ze heeft inderdaad op mijn herhaaldelijk aandringen de gang gestofzuigd, ik wilde dat ze ook wat deed. Meer kon ze ook echt niet wegens heftig trillen, tremolo. Ten slotte wilde, kon ze echt niet naar huis, ze was er zo bang. Ze smeekte me, bood zich aan om mij gelukkig te maken, kwam zelfs naast me zitten om mij te kussen, vast te houden, als ze maar mocht blijven. Als ik maar met haar zou trouwen, beloofd? Ze wilde niet meer alleen zijn, daar! Ze zou hier blijven, ze werd boos en hield vol: ”Ik blijf hier, bij jou!” Ik zei dat ze haar handtekening moest zetten om te trouwen. Ze aarzelde, zei toen met een hondjesscheefkoppie dat ze niet kon schrijven, “Maar dat doe jij wel voor mij hè?!”

Dus ging ik met Cecile trouwen. Uitgroei heeft ze, ze ziet er inderdaad niet eer uit, dat zei ze al, dat klopt. We waren als de Lamme en de Blinde. Of we ook meteen gingen scheiden, grapte ze. Ik zie meteen: “Nee”. “Het duurt toch niet te lang hè”, zei ze wel’” Dat feest”. Typisch, niks van aantrekken. “Tuurlijk, zo gepiept”, zei ik. “En dan weer naar huis hè?”. Dus snel alles geregeld, Pater Karel als eerste, dat moet hoor. Die wilde van alles weten, of er al kinderen waren, en van welk geloof we waren. Karel is niet moeilijk hoor, die zit niet vast aan de Bisschop. Bij Rob had het ook gekund, maar Rob Merx is geen Bisschop geworden en is weg. De nieuwe ken ik niet dus heb Karel Weerkamp, de Redemptorist maar gevraagd, daarvan mag alles. Stephan van Maaszicht vond het ook prima, die dag kon het. Olaf kan altijd, Anny was niet op vakantie, Benoit vond het goed, de goedzak, als hij maar niet mee hoefde, hij geeft er niet om. Albert, mijn jongste broer komt zingen, Panis Angelicus, in de kerk, net als toen voor Pa en Ma. Dat was prachtig, brood voor de Engelen. Ik bak twee broden per week, en Engelen heb ik om me heen. Een handtekening, we hebben geoefend, Geen trouwerij zonder handtekening, toch? Zet de pen bovenaan de regel, linksom omlaag met een boog, door het midden verder, twee borsten tot boven, daar recht omlaag. Eén beweging, en er staat iets als CB, aan elkaar. Haar initialen, flink oefenen, dan doen ze het er wel voor. Altijd meer dan een kruisje. Ze zal trots zijn, en ik ook.

Ik zou Rick appen, of hij het nog wist, ik had dat al lang afgesproken. Die had er vrij voor gevraagd, natuurlijk, die vindt dat leuk. Zijn bootje zou klaar liggen bij de brug, bij de aanlegsteiger van de Arlo. ”Het huwelijksbootje”. Misschien zou Cecile bang zijn, natuurlijk, maar het is niet zo’n lang tochtje, naar Asselt. Ton zou ons in zijn sjiekste pak op halen. Iris, zijn lieve vriendin zou de corsage brengen, als ze beter was. Carla zou onderweg staan. Toos moest de hoge hoed brengen, als bloemenmeisje. Geen rijst, heb ik gezegd, zaad hem ik zelf (grapje) en rijst mag niet meer. Milieu en zo. En als de ceremoniemeester de tekst maar niet vergeten had, maar dat kwam wel goed. Dat wist ik zeker. Mijn oudste broer zou op het 50e huwelijksfeest van Pa en Ma als oudste de rede houden, voor bij de champagne (geen goedkope troep, had Ma gezegd) en de bruidstaart van onze jongste en zijn vriend die kok was, zonde van het geld en de moeite: zoete wijn was goedkoper bij die zoete taart, en toen had Johan dus inderdaad de tekst thuis laten liggen, terwijl ik haast zeker wist dat hij het gewoon niet durfde. Geïmproviseerd had ik ook beter kunnen pruimen, echt. Hoewel Johan dat echt wel gevat en origineel zou kunnen, trouwens, origineel vond ik dit wel, kwijt, verloren, per ongelijk gewist nog piu! Cecile werd wel een beetje zenuwachtig, dat wou ze niet weten, maar ik merkte het .“Heb je het koor geregeld?” vroeg ze, eigenlijk om maar iets verstandigs te zeggen.

Maar zij zegt het zacht, heel lief en ze lacht, Niet boos en niet bits, maar heel zorgzaam, zo zou ze er eeuwig en al mogen zijn… dat was heel erg mooi , ongelofelijk fijn, dan was ze echt nooit meer zo eenzaam.

“Geen koor, geen voorstelling, iets met méé, niet vóór. Misschien mee-vertelling. Vroeger is niet altijd beter, maar soms wel. Vroeger zongen we samen: “Kumbaya my Lord, en Halleluja, Amen”. Dan was het zo, en was het goed. Ik ga vertellen, meevoeren, vervoeren. Niet bang voor cliché’s. Het leven is één cliché. Zolang je je daar maar bewust van bent. Trouwen is een cliché. Dat we trouwen. Maar hoe je trouwt, daar gaat het om.

De bel! “Uw chauffeur!”



34 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven